Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.

Regeling buitengewoon verlof ontwikkelingshulp

Onderdeel van Vakantieregeling en overige verlofaanspraken

Het college besluit in voorkomende gevallen de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken van 22 augustus 1969, nr. AB 69/1322 betreffende verlofverlening ten behoeve van ontwikkelingshulp als richtlijn te hanteren. Inhoud circulaire Zoals u bekend zal zijn - in de jongste troonrede werd hierop gewezen - geniet de samenwerking met de ontwikkelingslanden bij de regering hoge prioriteit. Dit brengt onder meer met zich mede, dat het bevorderen van uitzendingen van Nederlandse deskundigen naar ontwikkelingslanden een belangrijk onderdeel van het regeringsbeleid terzake vormt. In verband hiermede moge ik uw aandacht vestigen op het volgende. Ten aanzien van rijksambtenaren wordt de gedragslijn gevolgd dat hun in verband met de uitoefening van een functie in het kader van de Nederlandse technische hulp aan ontwikkelingslanden buitengewoon verlof van lange duur zonder behoud van bezoldiging kan worden verleend met de verplichting hun eigen pensioenpremieaandeel (10%) gedurende dat verlof aan het rijk te vergoeden, terwijl hun herplaatsing in de dienst na afloop van het verlof zoveel mogelijk wordt verzekerd. Gezien het belang van de ontwikkelingshulp doe ik gaarne mede namens de Minister zonder portefeuille, belast met de aangelegenheden betreffende de hulp aan ontwikkelingslanden, een beroep op u om ten aanzien van de uitzending van in uw dienst zijnde ambtenaren -voor zover zulks niet reeds geschiedt- eenzelfde gedragslijn te volgen. Aldus vastgesteld door het college van Burgemeester en wethouders op 4 februari 1997. De secretaris, De burgemeester,

Rechtspraak bij dit artikel