Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 10

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening Utrecht 2010

1.. De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 6, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2.. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Welstand en Monumenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel