Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 12

De aanwijzing

Onderdeel van Monumentenverordening Utrecht 2010

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan een stads- en dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2.. Voordat het college van burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Welstand en Monumenten. 3.. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988. 4.. De Commissie Welstand en Monumenten adviseert binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van het verzoek van het bevoegd gezag. 5.. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen veertien weken na de datum van ontvangst van het advies van de Commissie Welstand en Monumenten, maar in ieder geval binnen zesentwintig weken na de adviesaanvraag aan de commissie. 6.. Het college van burgemeester en wethouders registreert het beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht op de lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten. 7.. De lijst van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.

Rechtspraak bij dit artikel