Het presidium oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de
griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die
door de raad aan haar zijn gedelegeerd.
Tot de bevoegdheid van het presidium behoren ook de voorbereiding en
uitvoering van de overige tot het werkgeverschap van de raad
behorende besluiten en regelingen.
Aan het presidium worden de volgende bevoegdheden gedelegeerd: de
bevoegdheden die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de
op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde
rechtspositionele voorschriften en het artikel 107e, tweede lid en
het vaststellen en wijzigen van de arbeidsvoorwaardenregeling voor
de griffie.
Het presidium mandateert de aan haar overgedragen bevoegdheden ten
aanzien van het griffiepersoneel aan de griffier.