Naar hoofdinhoud

Artikel 9

De bestuurlijke boete

Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Pijnacker-Nootdorp 2014

Indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende gehoor geeft aan de oproep dan wel medewerking verleent aan het onderzoek als bedoeld in artikel 25, vierde lid van de Wet kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 75,--. Indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening als bedoeld in artikel 23, eerste lid van de Wet of aan de verplichtingen bedoeld in artikel 6 van deze verordening, kan het college de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 100,--. Indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid van de Wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a. van de Wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald, kan het college de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete van ten hoogste € 150,-- opleggen. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het opleggen van een boete of het geven van een waarschuwing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel