Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening 2014

De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk/digitaal over: besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon. De subsidieontvanger voert een zodanig administratie, dat daaruit ten allen tijde kunnen worden nagegaan: de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen; de betalingen en de ontvangsten. De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende minimaal zeven jaren bewaard. De subsidieontvanger is verplicht verzekeringen af te sluiten tegen wettelijke aansprakelijkheid, evenals ter bescherming van beroepskrachten en deelnemers die bij de uitvoering van de activiteiten zijn betrokken. In afwijking van lid vijf van dit artikel kunnen vrijwilligersorganisaties gebruik maken van de gemeentelijke aansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligers. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71, lid a, b, c, d, i, j en g, van de Algemene wet bestuursrecht. Het college kan naast de in dit artikel genoemde verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de subsidieontvanger, in overeenstemming met artikel 4:38 en/of 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht. 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING SUBSIDIE

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel