1. Er zijn ingesteld vier culturele prijzen, elk bestaande uit een door het college van B&W te bepalen geldbedrag en een oorkonde waarin de reden van toekenning vermeld is.
2. De in het vorig lid bedoelde prijzen zijn:
Jan Jansz. Starterprijs voor Podiumkunsten
Margaretha de Heerprijs voor beeldende kunst en (architectonische) vormgeving
Eekhoffprijs voor lokaal-historisch onderzoek
Piter Jelles Priis voor de letteren
3. De in het vorige lid bedoelde prijzen worden elk eens in de vier jaar uitgereikt.