Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13.

Afzien van het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Afstemmingsverordening wet werk en bijstand gemeente Zwolle 2008

Eerste lid Het afzien van het opleggen van een maatregel ‘indien elke vorm van verwijtbaarheid’ ontbreekt, is geregeld in artikel 18, tweede lid, WWB. Tweede lid Hierin wordt geregeld dat het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht, dat wil zeggen er moet iets aan de hand zijn dat zo uitzonderlijk is dat in incidentele gevallen een afwijking van de algemene regel gerechtvaardigd is. Het afzien van een maatregel wegens dringende redenen komt pas aan de orde als aan alle voorwaarden voor maatregeloplegging is voldaan, maar dit in het voorliggende individuele geval tot onacceptabele gevolgen zou leiden. Daarbij gaat het om omstandigheden, die op zichzelf niets met de maatregelwaardige gedraging van doen hebben. Deze omstandigheden kunnen zowel van financiële als van niet-financiële aard zijn, waarbij bij financiële omstandigheden bedacht moet worden dat belanghebbende altijd de bescherming van de beslagvrije voet blijft behouden. Op grond van dringende redenen kan ook gedeeltelijk worden afgezien van het opleggen van een maatregel. Derde lid Bij het afzien wegens dringende redenen dient wel een gemotiveerd besluit aan belanghebbende worden gezonden. Met de verwijtbare maatregelwaardige gedraging voor welke op grond van dringende redenen geheel of gedeeltelijk is afgezien van maatregeloplegging, wordt overigens wel rekening gehouden bij recidive. Met uitzondering van de termijn welke wordt gegeven bij het niet tijdig inleveren van het inkomstenformulier kiest de gemeente Zwolle er overigens niet voor om een waarschuwing op te leggen in plaats van een maatregel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel