Naar hoofdinhoud

Afdeling I

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007

In deze verordening wordt verstaan onder: beroep of bedrijf: hetgeen het spraakgebruik hieronder verstaat, met dien verstande dat beroepen en bedrijven worden beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één beroep of bedrijf betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond; college: het college van burgemeester en wethouders; houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven, met dien verstande dat ook degene die middels een lease-overeenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; parkeerplaats op eigen terrein: een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins of; een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken in een garage of op een perceel, omdat deze volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de woning van een bewoner of het pand van de een rechtspersoon bestemd is; parkeervergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersplaatsen; parkeervergunningzone: een door het college aangewezen gebied bestemd voor het parkeren door vergunninghouders; recreatiegebied: (openbare) locatie die ruimte biedt aan seizoensgebonden (grootschalige) vrijetijdsbesteding buitenshuis; RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990, of gelegen is binnen een parkeerzone aangeduid met bord E9 uit het RVV 1990 met het opschrift ‘zone’, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd; wegen: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeerswet 1994.

Rechtspraak bij dit artikel