In deze verordening wordt verstaan onder:
beroep of bedrijf: hetgeen het spraakgebruik
hieronder verstaat, met dien verstande dat beroepen en bedrijven
worden beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen
dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan
wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet worden
geconcludeerd dat het in wezen één beroep of bedrijf betreft,
tenzij het tegendeel wordt aangetoond;
college: het college van burgemeester en
wethouders;
houder: degene op wiens naam het voor het
motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in
het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475)
aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven,
met dien verstande dat ook degene die middels een
lease-overeenkomst of een verklaring van de werkgever kan
aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten
tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij
respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register
was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt
verstaan in het RVV 1990;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten
periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan
gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het
onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
wettelijk voorschrift is verboden;
parkeerapparatuur: parkeermeters,
parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
hetgeen naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur
wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats
behorende bij parkeerapparatuur;
parkeerplaats op eigen terrein:
een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken
op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving
of anderszins of;
een parkeerplaats waarover de aanvrager kan beschikken
in een garage of op een perceel, omdat deze volgens een
raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of
splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de
woning van een bewoner of het pand van de een
rechtspersoon bestemd is;
parkeervergunning: een door het college
verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een
motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersplaatsen;
parkeervergunningzone: een door het college
aangewezen gebied bestemd voor het parkeren door
vergunninghouders;
recreatiegebied: (openbare) locatie die
ruimte biedt aan seizoensgebonden (grootschalige)
vrijetijdsbesteding buitenshuis;
RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en
Verkeerstekens van 26 juli 1990;
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of
rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats
die
is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
of
gelegen is binnen een parkeerzone aangeduid met bord E9
uit het RVV 1990 met het opschrift ‘zone’, voorzover
deze plaats niet is uitgezonderd;
wegen: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
Wegenverkeerswet 1994.