**1..** Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, met andere
middelen, of met andere munten, dan aangegeven op of nabij de
parkeerapparatuur, in werking te stellen.
**2..** Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:
een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
van het parkeren in werking wordt gesteld;
een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
verstreken.
**3..** Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
voor het parkeren op de betreffende categorie parkeerplaatsen, het
motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van een
parkeervergunning en niet gehandeld wordt in strijd met de aan de
parkeervergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
**4..** Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de verordening
parkeerbelastingen naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het
niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.
**5..** Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
lid van dit artikel.
Afdeling III
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007