**1..** Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen.
**2..** Een parkeervergunning kan worden verleend aan:
de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer deze
volgens het bevolkingsregister woont of met toestemming
woonachtig is in een gebied waar vergunninghoudersplaatsen
en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
(bewonersparkeervergunning);
de rechtspersoon, die gevestigd is en/of het beroep of
bedrijf uitoefent in een gebied waar
vergunninghoudersplaatsen en/of mede door vergunninghouders
te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en deze
aantoont dat het in het belang van de beroeps- of
bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
motorvoertuig te parkeren (zakelijke
parkeervergunning);
**3..** Het college kan in bijzondere gevallen een parkeervergunning ook
verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet
voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
**4..** Aan de parkeervergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden
met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht
is.
**5..** Het college kan aan een parkeervergunning ook andere voorschriften
en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Afdeling II
Artikel 3
Parkeervergunning
Onderdeel van Verordening parkeervergunningen De Ronde Venen 2007