Het PGB voor een rolstoel, niet zijnde een sportrolstoel, wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening, zoals dat door het college aan de gecontracteerde leverancier wordt betaald.
Ten behoeve van onderhoud en reparatie van de vervoersvoorziening kan dit bedrag verhoogd worden met een door de gemeente te bepalen bedrag per jaar, wat gelijk staat met de door de gemeente gecontracteerde leverancier gehanteerde prijzen. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde gebruiksduur van de voorziening.
Voor voorzieningen die buiten het assortiment vallen kan de hoogte van het PGB worden vastgesteld aan de hand van één of meer offertes.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3
Artikel 33
De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een rolstoel
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2014