**1..** Alvorens de op de agenda vermelde punten in behandeling komen, maar na het spreekrecht voor burgers (artikel 17) en de lijst van mededelingen en ingekomen stukken (artikel 19), kan ieder lid van de raad mondeling vragen stellen aan de burgemeester en het college.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp, in de regel uiterlijk 12.00 uur op de laatste werkdag voorafgaand aan de dag waarop de vergadering plaatsvindt, bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders,
**5..** voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.
**6..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**7..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**8..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of aan de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**9..** Tijdens het vragenuur worden in de eerste termijn van de vragensteller en van degene die beantwoordt, geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 41
Vragenuur
Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD