Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete
indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
Er is enkel sprake van dringende redenen indien de gevolgen van
het opleggen van een bestuurlijke boete leidt tot onaanvaardbare consequenties, zijnde noodsituaties, voor de belanghebbende en/of zijn gezin.
Lichamelijke en psychische klachten die al enige tijd bestaan en dus niet in het bijzonder het gevolg zijn van het boetebesluit vormen op zich geen dringende redenen
De omstandigheid dat de belanghebbende (weer) in een schuldsaneringstraject is/wordt opgenomen vormt op zich geen grond voor dringende redenen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 11
Dringende redenen
Onderdeel van Beleidsregel Terug- en invordering, boete en verhaal 2014