De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.
De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar
bedoeld in artikel 1.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde
bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende
zaken.
Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in:
Gebied A: 0,275 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag
van € 300,00 en een maximumbedrag van € 1.000,00;
Gebied B: 0,41 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag
van € 200,00 en een maximumbedrag van € 600,00;
Gebied C: 0,25 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag
van € 300,00 en een maximumbedrag van € 600,00;
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde
leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2014