Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2.12

Maken of veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014

1.. Het is toegestaan om per perceel één uitweg te maken naar de weg, of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg, mits door de realisatie hiervan: a.. geen gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse; b.. het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats niet onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt; c.. de groenvoorziening in de gemeente niet wordt geschaad of dreigt te worden geschaad. In alle andere gevallen dient de realisatie van bovenstaande werkzaamheden voorafgegaan te worden door een melding aan het college. 2.. Het college weigert slechts de aanleg van de uitweg als door de aanleg een voor het verkeer gevaarlijke situatie ontstaat die niet door het stellen van voorschriften kan worden voorkomen. 3.. Het college stelt de indiener van de melding binnen zes weken na ontvangst van de melding op de hoogte van de voorschriften als bedoeld in het eerste lid of weigering van de aanleg als bedoeld in het tweede lid. 4.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet daaronder verstaat. 5.. De toestemming in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Afdeling 7 Toezicht op evenementen

Rechtspraak bij dit artikel