In deze verordening wordt verstaan onder:
(Aan)melding: de mededeling (melding) aan het college dat er problemen zijn op grond waarvan iemand verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Dit wordt ook zorgvraag genoemd.
Aanvraag: het verzoek om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening, dat schriftelijk, via een aanvraagformulier of op elektronische wijze is gedaan.
Algemeen gebruikelijk: Algemeen aanvaarde en geaccepteerde standaard. Gangbaar en sociaal aanvaard.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en dus ook door anderen gebruikt wordt, gewoon in de winkel te koop is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten.
Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.
Arrangement: de mogelijkheden die belanghebbende nog heeft om oplossingen te bewerkstelligen door middel van eigen mogelijkheden, via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, collectieve voorzieningen of andere al dan niet wettelijk voorliggende voorzieningen.
Belanghebbende: een persoon die een zorgvraag indient of een aanvraag doet. Dit kan ook een mantelzorger of een vrijwilliger zijn.
Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, zoals het collectief vraagafhankelijk vervoer.
College: College van burgemeester en wethouders.
Compensatieplicht: de plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is.
Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.
Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid geldt om gezamenlijk voor het huishouden te zorgen.
Gemachtigde: een persoon die met machtiging namens belanghebbende een zorgvraag indient of een aanvraag doet.
Gesprek: het eerste contact na een zorgvraag waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de ondersteuningsbehoefte, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden, via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag dat door de participanten (eventueel) wordt ondertekend. Het gesprek wordt veelal aangeduid als keukentafelgesprek.
Hoofdverblijf: De woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar belanghebbende zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijke voor permanente bewoning geschikte woonadres, indien het een persoon met een briefadres is.
Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt en waarop alle regels van de Wmo van toepassing zijn.
Leefeenheid: Alle personen die dezelfde woning bewonen, waarbij sprake is van eenzijdige en/of wederzijdse zorg.
Mantelzorg: langdurige ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij het verlenen van de ondersteuning rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Mantelzorger: Een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening.
Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van een beperking inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het voeren van activiteiten bij normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten:
het voeren van een huishouden;
het normale gebruik van de woning;
het zich in en om de woning verplaatsen;
het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale
en landelijke vervoerssystemen;
het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven van alledag.
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.
Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, in zijn sociale omgeving.
Respijtzorg: ris een vorm van ondersteuning waarbij de mantelzorg tijdelijk en volledig wordt overgenomen van de mantelzorger.
Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
Voorziening in natura: een voorziening verstrekt in natura, om in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van een middel in leen of in eigendom of een dienst.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning 2014