Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 12.

Wonen in een geschikt huis

Onderdeel van Verordening verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning 2014

Het te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt of gaat beschikken en waar men hoofdverblijf heeft (dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon). Uitzondering hierop is het bezoekbaar maken van de woning ten behoeve van iemand die woonachtig is in een AWBZ-instelling. In artikel 19 Bvmo zijn hierover nadere regels opgenomen. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Het toe te kennen bedrag voor een woonvoorziening is gemaximeerd op een bedrag als genoemd in artikel 18 van het Bvmo. Bij woningaanpassingen waarbij het gaat om een uitbreiding van de woning gelden de volgende voorwaarden: voor zover de belanghebbende binnen een redelijke termijn kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning waarbij deze verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden; indien verhuizen niet aan de orde is, kan het college een herplaatsbare losse woonunit in bruikleen verstrekken. Voor zover de belanghebbende kan beschikken over opgebouwd vermogen in de eigen woning en er een middelgrote of grote woningaanpassing nodig blijkt te zijn, dan zal bezien worden of belanghebbende zelf in deze kosten kan voorzien aangezien deze als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt. Bij woningaanpassingen geldt dat de kosten van renovatie (gedeeltelijk bij niet volledig afgeschreven voorzieningen) gedragen moeten worden door de eigenaar (of verhuurder) van de woning. Voor zover de in het lid 3 en 4 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn zullen ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt. Een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten zoals vermeld in artikel 21 van het Bvmo kan verstrekt worden indien blijkt dat de woning voor belanghebbende niet adequaat kan worden aangepast, waardoor verhuizen noodzakelijk wordt. Het college kan een voorziening zoals vermeld in lid 7 verlenen aan een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met een beperking de woning ontruimt. Het bepaalde in lid 1 en 2 is niet van toepassing op het treffen van bouwkundige en bouwtechnische voorzieningen: aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, verzorgingstehuizen, kloosters, vakantiewoningen, recreatiewoningen, tweede woningen en kamerverhuur; aan specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten; die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; aan woonwagens en woonschepen die een technische levensduur hebben van minder dan 5 jaar; aan woningen die binnen een termijn van 5 jaar gesloopt worden; aan woningen waarvan volgens andere wet- en regelgeving een andere partij voor verantwoordelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel