Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 24.

Verantwoording besteding persoonsgebonden budget door belanghebbende

Onderdeel van Verordening verstrekkingen maatschappelijke ondersteuning 2014

1.Bij een eenmalig aan te schaffen voorziening dient belanghebbende de besteding van het persoonsgebonden budget binnen 2 maanden na dagtekening van de beschikking te verantwoorden door middel van het overleggen van een factuur en een bewijs van betaling. Een uitzondering hierop is de woningaanpassing. In artikel 24 van het Bvmo zijn hier nadere regels over gesteld. 2.. Voor de verantwoording van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening dient de belanghebbende een deugdelijke administratie bij te houden, waarin tenminste de volgende bewijsstukken zijn opgenomen: a.. Een arbeidsovereenkomst of een dienstverleningsovereenkomst waarin de aard en de omvang van de dienstverlening wordt beschreven; b.. Betaalbewijzen waaruit de besteding van het persoonsgebonden budget blijkt. 3.. Het college verricht steekproefsgewijs onderzoek naar de besteding van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in lid 2. 4.. Belanghebbende is verplicht om de gevraagde bewijsstukken als genoemd in lid 2, per omgaande aan het college te verstrekken, nadat hierom is verzocht. 5.. Indien de verantwoording niet voldoende is of niet tijdig wordt ingeleverd, kan het college het recht op het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk intrekken.

Rechtspraak bij dit artikel