Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Speelautomatenhalverordening 2013

Deze verordening verstaat onder: de wet: de Wet op de Kansspelen speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet; behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet; kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet; hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet; laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet; speelautomatenhal : een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de Kansspelen. de beheerder : de exploitant dan wel degene die namens hem het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding uitoefent in de hal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel