Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 8.

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Speelautomatenhalverordening 2013

De burgemeester kan de vergunning intrekken : indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend. indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. indien de exploitatie van de hal niet binnen zes maanden na vergunningverlening ter hand is genomen dan wel gedurende een zelfde periode is onderbroken. indien in de inrichting strafbare feiten hebben plaatsgevonden dan wel de vergunninghouder dan wel de beheerder(s) in enige opzicht van slecht levensgedrag zijn bevonden.

Rechtspraak bij dit artikel