De exploitant en de beheerder zijn verplicht er voortdurend op toe
te zien dat in de inrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet,
en in de Wet wapens en munitie;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd
met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
Vreemdelingenwet bepaalde;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen beneden de
18 jaar;
een bedrijfsbeleid wordt gevoerd waarin de toepassing van
veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de
prostituees bevorderd worden;
een bedrijfsbeleid wordt gevoerd waarbij medewerking wordt
verleend aan op preventie gerichte
gezondheidsprojecten.
Hoofdstuk 3 › Afdeling 2
Artikel 3:8
Toezicht door exploitant en beheerder
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014-1