**1.** De hoogte van de vergoeding bij verlegging van een kabel of leding wordt als volgt bepaald.
Uitgegaan wordt van de werkelijke kosten van de verlegging van een kabel of leiding. De daarbij meegenomen kostencomponenten zijn:
de materiaalkosten;
de kosten van in- en uit bedrijf stellen;
de kosten van ontwerp en begeleiding;
de uitvoeringskosten.
Uitgegaan wordt van een verlegging op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden.
**2.** Onverminderd het bepaalde in deze beleidsregels bestaat de vergoeding uit een percentage van de schade, dat wordt berekend vanaf de datum van inwerkingtreding van de ontheffing tot en met de dag van toezending of uitreiking van het besluit tot intrekking of wijziging van de ontheffing. Het vergoedingspercentage is gedurende de eerste vijf jaren 100 en neemt vanaf het zesde jaar tot het einde van het tiende jaar, zoals weergegeven in onderstaand schema.
Jaar
Vergoedingspercentage
1e
100,00%
2e
100,00%
3e
100,00%
4e
100,00%
5e
100,00%
6e
85,00 %
7e
68,00 %
8e
51,00 %
9e
34,00 %
10e
17,00 %
**3.** De vergoeding is 100% bij verlegging van buitenleidingen in particuliere grond die door de provincie wordt aangekocht.
**4.** De verlegging van (buiten)leidingen in gronden die in eigendom zijn van een andere overheid, wordt vergoed overeenkomstig het tweede lid.
**5.** Als de verleggingen van kabels en leidingen tegelijkertijd plaatsvinden in gronden van de provincie en derden, bestaat recht op een zelfde vergoeding als die voor dat gedeelte dat ligt met een ontheffing.
Artikel 10