Naar hoofdinhoud
1. Indien Gedeputeerde Staten in de rechtmatige uitoefening van haar publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kennen Gedeputeerde Staten de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. 2. Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover: hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard; hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden; de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend of de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd. 3. Van risicoaanvaarding als bedoeld in het tweede lid, onder a, is in ieder geval sprake als de aanvrager gebruik heeft gemaakt van een begunstigend besluit terwijl voorzienbaar was dat binnen een periode van vijf jaren gerekend vanaf de inwerkingtreding van het besluit de begunstigende werking beperkt wordt. 4. Indien een schadeveroorzakende gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid tevens voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking genomen. 5. Gedeputeerde Staten kunnen een vergoeding toekennen in andere vorm dan betaling van een geldsom.

Rechtspraak bij dit artikel