Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Onderzoek naar misbruik of oneigenlijk gebruik

Onderdeel van Regeling gebruik elektronische middelen

1.. Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik van een elektronisch middel, kan de verantwoordelijke opdracht geven tot een onderzoek naar het gebruik van de elektronische middelen en daarbij toegang verlenen tot de persoonsgegevens die bij het onderzoek betrokken moet worden. Deze opdracht wordt schriftelijk verstrekt. Het onderzoek kan inhouden dat gedurende een vastgestelde (korte) periode gerichte controle plaatsvindt. 2.. Voor een in te stellen onderzoek naar misbruik of oneigenlijk gebruik van een elektronisch middel, kan de verantwoordelijke een functionaris aanwijzen die belast wordt met de uitvoering van het onderzoek. Deze functionaris rapporteert rechtstreeks aan de verantwoordelijke. De met het onderzoek belaste functionaris alsmede een ieder die betrokken is bij het onderzoek betracht geheimhouding. 3.. Elektronische middelen van OR-leden, bedrijfsartsen en andere medewerkers met een vertrouwensfunctie zijn in beginsel uitgesloten van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid. Dit geldt niet bij een ernstig vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel