1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
3. Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:
a. de belanghebbenden en
b. het verwerend orgaan.
Hoofdstuk II › Paragraaf 2
Artikel 7
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening Bezwaarschriftencommissie stadsregio Rotterdam 2014