Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand De Ronde Venen 2007

1.. Indien de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, lid 2, van de wet, wordt de bijstand of langdurigheidstoeslag verlaagd, naar gelang de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. Onverminderd artikel 2, lid 2, wordt de verlaging vastgesteld op: 100% van het benadelingsbedrag; indien de belanghebbende bijzondere bijstand aanvraagt voor kosten waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op een voorliggende voorziening; 100% van het benadelingsbedrag; indien de belanghebbende algemene bijstand aanvraagt voor kosten waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op een voorliggende voorziening, tenzij het inkomen van belanghebbende hierdoor langdurig veel lager zou zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm minus de verlaging die het college zou toepassen; 20% van de bijstandsnorm gedurende de periode dat belanghebbende bij verantwoorde besteding van de middelen nog geen beroep de bijstand had hoeven doen; indien de belanghebbende zijn middelen onverantwoord besteedt; 50% procent van de bijstandsnorm gedurende een maand; indien belanghebbende de hem opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 55 en 56 van de wet niet nakomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel