Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3

Afzien van het verlagen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand De Ronde Venen 2007

1.. Het college ziet af van het verlagen van de bijstand of de langdurigheidstoeslag indien: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij: 1. de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is verleend; 2. de gedraging een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als gevolg van het verwijtbaar te snel interen van vermogen inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte eerder bijstand verleend moet worden. 2.. Een verlaging als bedoeld onder lid 1, sub b, wordt niet toegepast na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden. 3.. Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van de verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 4.. Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen of indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel