**1..** Het college ziet af van het verlagen van de bijstand of de langdurigheidstoeslag indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij:
1. de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is verleend;
2. de gedraging een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als gevolg van het verwijtbaar te snel interen van vermogen inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte eerder bijstand verleend moet worden.
**2..** Een verlaging als bedoeld onder lid 1, sub b, wordt niet toegepast na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
**3..** Het college kan geheel of gedeeltelijk afzien van de verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**4..** Indien het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen of indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3
Afzien van het verlagen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand De Ronde Venen 2007