Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening Inburgering

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, bedraagtmaximaal € 250,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, bedraagtmaximaal € 500,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfdeovertreding. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 600,00 indien de inburgeringsplichtige nietbinnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 1.000,00 indien deinburgeringsplichtige nietbinnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 5.. Het college stemt de hoogte van de bestuurlijke boete af op de ernst van de nalatigegedraging, de mate waarin deze nalatige gedraging aan de inburgeringsplichtige kan worden verweten en houdt rekening met de omstandigheden waarin de inburgeringsplichtige verkeert. 6.. Het college kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als daarvoordringende redenen aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel