De vaststelling van de verleende subsidie kan op twee wijzen plaatsvinden: op basis van werkelijk gemaakte kosten of op basis van geleverde prestaties.
In de leden 3 en 4 wordt de vaststelling op basis van geleverde prestaties geregeld. De basis voor de subsidievaststelling is niet alleen de jaarrekening van de instelling, maar de constatering of de afgesproken prestatie is geleverd. Uit de (gekantelde) jaarrekening blijkt of het aantal afgesproken prestaties daadwerkelijk is geleverd. Deze wijze van subsidievaststelling spreekt zich niet uit over de aard en de omvang van de uitgaven en inkomsten van de instelling. De realisatie van de prestaties wordt getoetst. Dat gebeurt niet alleen aan het eind van de periode, maar ook tussendoor. Alleen zo kan worden bezien of de prestaties werkelijk zijn geleverd in de afgesproken omvang en kwaliteit. Een kleiner prestatiepakket dan was afgesproken kan leiden tot een lager budget. Meer prestaties dan afgesproken zullen niet leiden tot verhoging van het budget. In het geval dat de geplande prestaties niet of in mindere omvang zijn geleverd, wordt de subsidie evenredig aangepast.
Vaststelling op basis van werkelijk gemaakte kosten kan leiden tot een lagere vaststelling. Dit is bepaald in het vijfde lid.
Artikel 18a.
Wijze van subsidievaststelling
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Haarlem