De belasting, als bedoelt in artikel 4, eerste lid, is verschuldigd
bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de
aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
is de belasting bedoeld in artikel 4 eerste lid, verschuldigd voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in artikel
4, eerste lid voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in gebruik neemt.
De belasting bedoeld in artikel 3, tweede lid is verschuldigd bij de
aanvang van de dienstverlening.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing Vlissingen 2014