De gedragingen zijn vastgelegd in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
Het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
Het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard, gerelateerd aan re-integratie.
Tweede categorie
Het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden, waaronder onvoldoende sollicitatieactiviteiten.
Het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, schuldhulpverlening of sociale activering.
Het niet voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen, in verband met de arbeidsinschakeling, het verlenen van schuldhulp of sociale activering.
Het niet of onvoldoende verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden (zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onder c van de wet).
Het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichten zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b WWB niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB.
Derde categorie
Gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren.
Het stellen van onredelijke eisen ten aanzien van werkzaamheden, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren.
Het niet of onvoldoende gebruikmaken van een aangeboden voorziening, gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b en artikel 10 lid 1 van de wet, waaronder begrepen sociale activering.
Gedragingen die de voortgang van een traject gericht op arbeidsinschakeling of sociale activering belemmeren.
Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a van de wet.
Vierde categorie
Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheden betonen, waaronder begrepen het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Het niet naar vermogen verrichten van opgedragen werkzaamheden of activiteiten.
Het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in artikel 9 lid 1 van de wet of artikel 55 van de wet, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na melding, zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 van de wet.