Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Haven-, kade- en opslaggeld 2014

1.. Het havengeld wordt niet geheven voor: a vaartuigen welke middellijk of onmiddellijk in gebruik zijn bij het Rijk voor de naleving of handhaving van de scheepvaartreglementen en het beheer en onderhoud van de Twentekanalen; b vaartuigen toebehorende aan de gemeente Enschede; c roeiboten behorende bij vaartuigen waarvoor havengeld wordt geheven; d vaartuigen voor de beroepsscheepvaart die, zonder in gemeentelijk vaarwater te laden en /of te lossen, dit binnen vier uur na aankomst, de zondag niet meegerekend, wederom verlaten hebben; e vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van reparaties in gemeentelijk vaarwater verblijven; f sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in gemeentelijk vaarwater verblijven; g hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik. 2.. Het havengeld wordt niet geheven indien en voor zover het voortgezet verblijf uitsluitend een gevolg is van de stremming van de scheepvaart door ijs of andere natuurlijke onmacht of door het onklaar worden van vitale delen van het Twentekanaal, als sluizen en dergelijke.

Rechtspraak bij dit artikel