**1..** De toeslag voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder die geen woning bewoont, wordt met 10 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
**2..** De bijstandsnorm voor een gehuwde die geen woning bewoont, wordt met 10 procent verlaagd.
**3..** De hoogte van de uitkering aan een ongehuwde die geen woning bewoont maar die blijk geeft voor een ander te zorgen als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt als volgt vastgesteld:
**a..** de toeslag wordt met 20 procent verlaagd en
**b..** de norm als bedoeld in artikel 22 lid a wordt met 10 procent van de gehuwdennorm verlaagd.
**4..** In afwijking van het gestelde in het eerste, tweede en derde lid wordt voor een uitkeringsgerechtigde die verblijft in een instelling voor maatschappelijke opvang de toeslag of de gehuwdennorm niet verlaagd.
**5..** Het gestelde in het vierde lid is niet van toepassing op een uitkeringsgerechtigde die uitsluitend gebruik maakt van nachtopvang dat door een instelling voor maatschappelijke opvang wordt aangeboden.
**6..** Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt overeenkomstig het gestelde in het eerste, tweede of derde lid gehandeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 7
Het niet bewonen van een woning, verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen wet werk en bijstand 2008