Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4 › Afdeling 4

Artikel 4.4.2

Vergunningplicht handelsreclame

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Helmond 2008

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak en zichtbaar vanaf een openbare plaats dan wel op of aan een openbare plaats, handelsreclame te maken of te voeren, of te laten maken of voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als degene die reclame laat maken of voeren aangemerkt degene voor wiens goederen, diensten of activiteiten op een reclamemiddel of een voorwerp reclame wordt gemaakt of gevoerd. 3.. Het verbod als vermeld in het eerste lid geldt niet voor onverlichte opschriften of aankondigingen die: zich bevinden in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; zich bevinden in etalages voor zover de afstand tot de etalageruit meer dan 0,1 meter bedraagt; daartoe zijn aangewezen door de overheid; kleiner zijn dan 0,5 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter en die betrekking hebben op een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen vandegenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn voor zover deze geplaatst zijn op eigen terrein en binnen het tijdvak van vier maanden voor aanvang van de werkzaamheden en een maand na het gereed komen van het bouwwerk of bouwwerken; dienstbaar zijn aan het openbaar vervoer. 4.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de verkeersveiligheid; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 5.. De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken; De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Voor zover artikel 2.1.5.1a van deze verordening van toepassing is. 6.. Op de vergunning zoals bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel