Naar hoofdinhoud
1.. Het is, onverminderd het bepaalde in de “Eilandverordening Vinkeveen”, verboden: ligplaats te hebben met een vaartuig in die delen van het gebied die op de bij deze verordening behorende kaart zonder arcering zijn aangegeven; deze gebieden komen overeen met de in het basisplan voor de Vinkeveense Plassen als deelplannen met de nrs. 1a, 1b, 2 en 13 aangeduide gebiedsdelen; ligplaats te hebben met een vaartuig tussen zonsondergang en zonsopgang in die delen van het gebied die op de bij deze verordening behorende kaart met een schuine arcering zijn aangegeven; deze gebieden komen overeen met de in het basisplan voor de Vinkeveense Plassen als deelplannen met de nrs. 3, 4, 6c, 6d 9, 10 (gedeeltelijk), 11, 14, 15,16 en 18 aangeduide gebiedsdelen; als eigenaar van of rechthebbende op water of gronden een ligplaats voor een vaartuig ter beschikking te stellen in de onder a en b bedoelde delen van het gebied, dan wel toe te laten dat een pleziervaartuig ligplaats heeft in dat water en/of op die gronden. 2.. Het bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.. Onverminderd het bepaalde in de “Eilandverordening Vinkeveen” is het verboden om op of aan eigendommen of werken van het recreatieschap met een pleziervaartuig gedurende een langere periode of op andere wijze ligplaats te hebben dan aangegeven door het bestuur. 4.. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op woonschepen en bedrijfsvaartuigen.

Rechtspraak bij dit artikel