Het in artikel 2 genoemde handhavingsplan bevat tenminste:
Een visie op handhaving, waarin onder meer aandacht wordt besteed aan fraudepreventie. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het dagelijks bestuur belanghebbende informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand zijn verbonden, en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast beschrijft het dagelijks bestuur in het beleidsplan tenminste de wijze van controle bij de aanvraag, de handelwijze bij onduidelijkheden in de aanvraag
een plan van aanpak om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen,
Een plan van aanpak om niet-naleving van de wet of vermoedens van niet-naleving op te sporen.