De huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten kan worden onderverdeeld in wonen en logies. Bij wonen is er sprake van huisvesting van personen die ter plaatse hun hoofdwoonverblijf hebben. Bij logies is dit niet het geval. De personen die gebruik maken van huisvesting in de vorm van logies hebben elders hun hoofdwoonverblijf. Tenzij het specifiek als recreatief nachtverblijf is aangemerkt, is logies een vorm van algemeen nachtverblijf.
De vraag waar iemand het hoofdwoonverblijf heeft, kan op een aantal manieren bepaald worden. In de bijlagen is een definitie van deze term opgenomen. Daarbij is het tegenwoordig gebruikelijk om aan te sluiten bij de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet gba). Op grond van deze wet is degene die naar verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland zal verblijven, verplicht zich binnen vijf werkdagen na aanvang van zijn verblijf te melden bij de gemeente waar hij zijn woonadres heeft, om daarbij schriftelijk aangifte te doen van zijn verblijf en adres. Volgens deze wet wordt onder woonadres verstaan, het adres waar betrokkene woont of indien hij op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten of bij het ontbreken van een zodanig adres, het adres waar betrokkene naar verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten.
De meeste arbeidsmigranten komen via een uitzendbureau naar Nederland. Het uitzendbureau regelt in veel gevallen de huisvesting op verschillende locaties. De uitzendbureaus gaan op zoek naar de snelste en goedkoopste oplossing die ze kunnen vinden. Daardoor zijn er situaties ontstaan waarbij arbeidsmigranten verblijven op locaties waar dit niet gewenst zoals in recreatiewoningen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Wonen vs logies
Onderdeel van Beleidsnotitie flexibele huisvesting arbeidsmigranten