Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
Het college kan een voorziening beëindigen dan wel wijzigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 niet (volledig) nakomt;
indien de persoon die van een voorziening gebruik maakt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon die van een voorziening gebruik maakt, algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.
Bij (uitvoerings)besluit kan het college ten aanzien van voorzieningen nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Personen bedoeld in artikel 1 lid 1 onder a, b, c en d kunnen in principe aanspraak maken op de voorzieningen zoals die hieronder worden genoemd, tenzij de doelgroep in het betreffende artikel wordt beperkt.
Trajecten kunnen zowel worden verzorgd door het college zelf als door externe partijen.
Paragraaf 3
Artikel 7
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand