Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3

Artikel 20

Opening van het debat en het vervolg van het debat

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014

1.. De voorzitter inventariseert bij de behandeling van een onderwerp welke leden daarover het woord willen voeren. Hij stelt achtereenvolgens aan de hand van de inventarisatie enkele leden in de gelegenheid een korte inleidende beschouwing te geven. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2.. Tijdens het maken van een inleidende beschouwing mag de spreker niet worden geïnterrumpeerd. 3.. Nadat de inleidende beschouwingen gemaakt zijn, kunnen de leden, en anderen die daartoe genodigd zijn, daarop reageren en een bijdrage aan het debat leveren. 4.. Tijdens het debat gelden geen vaste spreektermijnen. 5.. Gedurende het debat mogen sprekers elkaar interrumperen, tenzij dit tot verstoring van de orde leidt. 6.. Voor de behandeling van een onderwerp tijdens de debatraad wordt in beginsel niet meer dan 45 minuten uitgetrokken. 7.. In het kader van de bewaking van de termijn genoemd in het vorige lid kan de voorzitter de deelnemers aan het debat, in afwijking van het bepaalde in lid 4, een spreektijd stellen of, in afwijking van het bepaalde in lid 5, bepalen dat een spreker zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden. 8.. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te debatteren. 9.. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten het debat voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. 10.. De voorzitter voert tijdens het debat zo dikwijls het woord als hij nodig acht teneinde het debat vlot te laten verlopen.

Rechtspraak bij dit artikel