**1..** De voorzitter inventariseert bij de behandeling van een
onderwerp welke leden daarover het woord willen voeren. Hij
stelt achtereenvolgens aan de hand van de inventarisatie enkele
leden in de gelegenheid een korte inleidende beschouwing te
geven. Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter
gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**2..** Tijdens het maken van een inleidende beschouwing mag de spreker
niet worden geïnterrumpeerd.
**3..** Nadat de inleidende beschouwingen gemaakt zijn, kunnen de leden,
en anderen die daartoe genodigd zijn, daarop reageren en een
bijdrage aan het debat leveren.
**4..** Tijdens het debat gelden geen vaste spreektermijnen.
**5..** Gedurende het debat mogen sprekers elkaar interrumperen, tenzij
dit tot verstoring van de orde leidt.
**6..** Voor de behandeling van een onderwerp tijdens de debatraad wordt
in beginsel niet meer dan 45 minuten uitgetrokken.
**7..** In het kader van de bewaking van de termijn genoemd in het
vorige lid kan de voorzitter de deelnemers aan het debat, in
afwijking van het bepaalde in lid 4, een spreektijd stellen of,
in afwijking van het bepaalde in lid 5, bepalen dat een spreker
zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden.
**8..** De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen
over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
afzonderlijk te debatteren.
**9..** Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
voorzitter kan de raad besluiten het debat voor een door hem te
bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de
gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
**10..** De voorzitter voert tijdens het debat zo dikwijls het woord als
hij nodig acht teneinde het debat vlot te laten verlopen.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 20
Opening van het debat en het vervolg van het debat
Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014