Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 36

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Alphen aan den Rijn 2014

1.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2.. De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen via de griffier zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende debatraad. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4.. De antwoorden worden door de burgemeester of het college aan de leden van de raad medegedeeld. 5.. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Bij schriftelijke behandeling dient de vragensteller daartoe voorafgaand aan de raadsvergadering een verzoek in bij de agendacommissie.

Rechtspraak bij dit artikel