**1..** Het is verboden om in een gemeentelijke archeologische zone het archeologisch bodemarchief te beschadigen of te vernielen.
**2..** Voor zover de gemeenteraad geen bestemmingsplan als bedoeld in artikel 5 lid 3 heeft vastgesteld, is het verboden om zonder of in afwijking van een vergunning:
in een op de gemeentelijke archeologische beleidskaart aangegeven “gebied met (zeer hoge) archeologische waarde” over een oppervlakte groter dan 50 m2 grondwerk te verrichten op een grotere diepte dan 40 centimeter onder het maaiveld;
in een op de gemeentelijke archeologische beleidskaart aangegeven “gebied met archeologische waarde” over een oppervlakte groter dan 250 m2 grondwerk te verrichten op een grotere diepte dan 40 centimeter onder het maaiveld;
in een op de gemeentelijke archeologische beleidskaart aangegeven “gebied metverwachtingswaarde hoog” over een oppervlakte groter dan 250 m2 grondwerk te verrichten op een grotere diepte dan 40 centimeter onder het maaiveld;
in een op de gemeentelijke archeologische beleidskaart aangegeven “gebied metverwachtingswaarde middelhoog” over een oppervlakte groter dan 2500 m2 grondwerk te verrichten op een grotere diepte dan 40 centimeter onder het maaiveld;
**4..** Indien de ingreep meerdere van de in lid 2 onder a t/m d genoemde zones bevat, geldt het voorschrift behorende bij de hoogste waarde
**5..** Het verbod, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, is niet van toepassing als één van de volgende gevallen zich voordoet:
de werkzaamheden betreffen vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder het bestaande maaiveld niet wordt uitgebreid;
de werkzaamheden worden verricht zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
er sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Verbodsbepaling gemeentelijke archeologische zones
Onderdeel van Erfgoedverordening Weert 2014