Lid 1. Bij het voeren van het (keukentafel)gesprek wordt de International Classification of Functions, Disabilities en Health als basis voor het begrippenkader gehanteerd.
Lid 2. Bij het voeren van het (keukentafel)gesprek verkrijgt het college inzicht in de totale klantsituatie op de vier zorggebieden zoals genoemd in artikel 4, lid 1 Wmo. Hierbij houdt het college rekening met:
de informatie die belanghebbende verstrekt over zijn/haar beperkingen in de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie op één of meerdere van de vier zorggebieden als bedoeld in artikel 4, lid 1 Wmo;
de persoonskenmerken en behoeften van belanghebbende;
de mogelijkheden van belanghebbende om zelf, mede uit oogpunt van kosten alsook de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende, in maatregelen te (laten) voorzien om de belemmeringen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie weg te nemen. Hieronder wordt mede begrepen:
de mogelijkheden via het eigen sociaal netwerk;
de mogelijkheden van belanghebbende om gebruik te maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende en/of collectieve voorzieningen.
Lid 3. Wanneer het college van mening is dat belanghebbende mogelijk gebruik kan maken van algemene, algemeen gebruikelijke, voorliggende en/of collectieve voorzieningen, verricht het college onderzoek of belanghebbende in zijn of haar concrete situatie hier ook daadwerkelijk gebruik van kan maken dan wel dat dit redelijkerwijs van belanghebbende gevraagd kan worden, mede gelet op de persoonlijke behoeften, persoonskenmerken en de capaciteit om zelf in de maatregelen te (laten) voorzien, als bedoeld in artikel 4, lid 2 Wmo alsook de eigen verantwoordelijkheid van belanghebbende.
Lid 4.
Bij het onderzoek naar de mogelijkheden van belanghebbende om zelf dan wel via het eigen sociaal netwerk de belemmeringen weg te nemen op het gebied van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, geeft het college belanghebbende zo nodig een redelijke termijn om hiernaar zelf onderzoek te doen.
Wanneer het college aan de belanghebbende een redelijke termijn geeft voor het doen van nader onderzoek, als bedoeld in sub a, legt zij de afspraken die met de belanghebbende hierover zijn gemaakt, schriftelijk vast.
Lid 5. Na afloop van de redelijke termijn zoals genoemd in lid 4 sub a stelt het college belanghebbende in de gelegenheid om zijn of haar standpunt om zelf dan wel via het eigen sociaal netwerk de belemmeringen weg te nemen op het gebied van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, nader toe te lichten en zo nodig te onderbouwen met schriftelijke stukken. Het zelfde geldt voor het onderzoek zoals genoemd in lid 3.: het college koppelt de uitkomst van het eventuele onderzoek naar de mogelijkheden om gebruik te maken van algemene, algemeen gebruikelijk, voorliggende en/of collectieve voorzieningen, terug naar belanghebbende.
Lid 6. Als de belanghebbende een mantelzorger is, wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3
Het (keukentafel)gesprek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Rijssen-Holten 2014