De onderzoekscommissie vergadert in het openbaar op de door haar te bepalen dagen en uren en doet daarvan mededeling aan de raad en het college en publiceert dit op de gebruikelijke wijze.
De onderzoekscommissie vergadert niet als minder dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
In bijzondere gevallen belegt de voorzitter in afwijking van het eerste lid een vergadering. Hij gaat daartoe in elk geval over wanneer tenminste twee leden hem dat onder opgaaf van redenen hebben verzocht.
a. De getuigen en deskundigen worden tenminste 10 dagen voor de vergadering schriftelijk opgeroepen op de wijze als bedoeld in artikel 155d van de Gemeentewet.
b. In bijzondere gevallen ter beoordeling van de voorzitter, kan de voorzitter om gewichtige redenen besluiten de termijn van oproep van getuigen en deskundigen te verkorten tot 7 dagen.
Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk drie dagen voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.
Indien de behoorlijk opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt, wordt daarvan een proces-verbaal opgemaakt, hetwelk een nauwkeurige omschrijving van de oproeping behelst en door de aanwezige leden van de commissie wordt ondertekend.
Wanneer een getuige of deskundige, hetzij vrijwillig, hetzij op de oproeping verschenen of door de openbare macht gebracht zijnde, weigert te antwoorden, of de eed of de belofte af te leggen, wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt, hetwelk door de aanwezige leden van de commissie wordt ondertekend. Dit proces-verbaal houdt tevens de redenen van die weigering in, zo die gegeven zijn.