**1..** Aan de exploitant van een in bedrijf zijnde inrichting wordt geacht een tijdelijke vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de duur van zes maanden.
**2..** Wordt door de exploitant van een inrichting als bedoeld in het eerste lid binnen een termijn van zes maanden de ingevolge artikel 2:40c vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door het bevoegd orgaan op de aanvraag is beslist.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 10A
Artikel 2:40j
Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de gemeente Dongen