Naar hoofdinhoud

AFDELING I.

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Parkeerverordening Baarle-Nassau 2014

In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; Motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; Houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994aangehouden register van opgegeven kentekens, met dien verstande dat ook degene die middels een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt; Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd, gelegen binnen een zone aangeduid met borden E10 en E11 uit bijlage 1 van het RVV 1990, gemarkeerd conform art. 25 van het RVV 1990 zodat gebruik van een geldige parkeerschijf noodzakelijk is binnen de aangegeven perioden; Ontheffing: een door college verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen en/of parkeerplaatsen in een parkeerschijfzone zonder een geldige parkeerschijf te gebruiken; Tijdelijke ontheffing: een door college verleende ontheffing, die voor een nader in de ontheffing te bepalen periode geldig is en krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen en/of parkeerplaatsen in een parkeerschijfzone zonder een geldige parkeerschijf te gebruiken; Ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; Parkeerschijfzone: een zone aangeduid met borden E10 en E11 uit bijlage 1 van het RVV 1990, gemarkeerd conform art. 25 van het RVV 1990 zodat gebruik van een geldige parkeerschijf noodzakelijk is binnen de aangegeven perioden zoals aangegeven op tekening “Situatie buitengrens parkeerschijfzone” tek.nr. 20110113-01 welke als bijlage 01 in parkeerverordening Baarle-Nassau 2014 is opgenomen; Parkeerzone: een nader benoemd gebied binnen de parkeerschijfzone dat ook als zodanig is vastgelegd; Parkeertijd: periode waarin, indien men niet in het bezit is van een parkeerontheffing, gebruik dient te maken van een parkeerschijf. De periode geldt van maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur – 18.00 uur en de maximale parkeertijd met een parkeerschijf is 2 uur; Leges: een bedrag dat door een ontheffinghouder betaald dient te worden voor het verkrijgen van een parkeerontheffing;

Rechtspraak bij dit artikel