Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 16

Gang van zaken

Onderdeel van Verordening Rondetafelgesprekken Alphen aan den Rijn 2014

1.. Per geagendeerd onderwerp stelt de voorzitter de deelnemers aan het rondetafelgesprek in de gelegenheid het woord te voeren. 2.. Een inspreker kan gedurende de behandeling van het onderwerp waarover hij inspreekrecht heeft aangevraagd aan het gesprek deelnemen. 3.. De portefeuillehouder krijgt de gelegenheid te reageren op de vragen en inbreng van insprekers. 4.. De voorzitter vat aan het einde van het onderwerp eventuele toezeggingen van de portefeuillehouder samen. Deze samenvatting wordt opgenomen in het rondetafelrapport. 5.. Na bespreking van een geagendeerd onderwerp in een Rondetafelgesprek (beeldvormend) peilt de voorzitter bij de commissieleden, of men beschikt over voldoende informatie voor de behandeling in een Rondetafelgesprek (opiniërend). Na de behandeling van een geagendeerd onderwerp in een Rondetafelgesprek (opiniërend) peilt de voorzitter bij de commissieleden op welke wijze het onderwerp naar hun mening verder dient te worden behandeld. Daarbij wordt als uitgangspunt genomen het eerdere behandelvoorstel van de agendacommissie. 6.. Aan de hand van de peiling in de Rondetafelgesprekken (opiniërend) wordt de agendacommissie geadviseerd het desbetreffende onderwerp: a.. te behandelen in de debatraad als bespreekstuk of als hamerstuk in de besluitvormende raad; b.. als afgedaan te beschouwen; c.. nogmaals te agenderen voor een rondetafelgesprek. 7.. Tijdens de rondvraag kunnen commissieleden vragen stellen aan de portefeuillehouders. Voor zover de vraag vóór de dag van het rondetafelgesprek (beeldvormend) of op die dag vóór 12.00 uur, is aangemeld, beantwoordt de portefeuillehouder de vraag meteen. Voor zover de vraag niet (tijdig) is aangemeld, beantwoordt de portefeuillehouder deze meteen, dan wel schriftelijk binnen een week na afloop van het rondetafelgesprek (beeldvormend).

Rechtspraak bij dit artikel