Het centraal stembureau gaat onmiddellijk nadat het de
bescheiden als bedoeld in artikel 14 lid 4 heeft ontvangen over
tot de werkzaamheden tot het vaststellen van de uitslag van het
referendum.
Het centraal stembureau stelt vast:
het totaal aantal stemmen dat voor het raadsbesluit
waarover het referendum is gehouden is uitgebracht;
het totaal aantal stemmen dat tegen het raadsbesluit
waarover het referendum is gehouden is uitgebracht;
de som van de onder a en b bedoelde aantal stemmen,
zijnde het totaal aantal geldige uitgebrachte
stemmen;
het totale aantal ongeldige stemmen;
het totale aantal kiesgerechtigden voor het
referendum.
Het centraal stembureau stelt vervolgens vast of een meerderheid
zich tegen het raads besluit heeft uitgesproken en, indien dit
het geval is, of die meerderheid ten minsdertig procent omvat
van diegenen die gerechtigd waren aan het referendum deel te
nemen.
De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag zo
spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke
wijze.
De voorzitter van het centraal stembureau zendt een afschrift
van het proces verbaal aan de raad.