**1..** Nadat de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6 is
verstreken, worden de formulieren overgebracht naar het centraal
stembureau.
**2..** Het centraal stembureau houdt op de vijfde dag na afloop van de
termijn van zes weken een openbare zitting. De dag en tijd worden
door de voorzitter op de in de gemeente gebruikelijke wijze tijdig
bekend gemaakt.
**3..** Op de zitting stelt het centraal stembureau het aantal geldige en
het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen vast. De voorzitter
maakt de aantallen bekend aan de aanwezigen.
**4..** Vervolgens besluit het centraal stembureau of het definitieve
verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten. Het
centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek tot
het houden van een referendum niet is toegelaten indien het aantal
geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan het vereiste
aantal als bedoeld in artikel 6 lid 2.
**5..** Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in artikel 6 lid
2, wordt uitgegaan van het aantal kiesgerechtigden op de dag van het
raadsbesluit op het inleidend verzoek als bedoeld in artikel 5 lid
5.
**6..** Het besluit tot toelating van een definitief verzoek houdt tevens de
vaststelling in dat een referendum zal worden gehouden.
**7..** De voorzitter van het centraal stembureau doet van het besluit tot
de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan de
raad.
**8..** Van de werkzaamheden van het centraal stembureau wordt proces
verbaal opgemaakt en door de aanwezige leden van het stembureau
ondertekend.
**9..** De beslissing wordt aan de indiener van het definitieve verzoek
bekendgemaakt.