Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Referendumverordening

1.. Nadat de termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6 is verstreken, worden de formulieren overgebracht naar het centraal stembureau. 2.. Het centraal stembureau houdt op de vijfde dag na afloop van de termijn van zes weken een openbare zitting. De dag en tijd worden door de voorzitter op de in de gemeente gebruikelijke wijze tijdig bekend gemaakt. 3.. Op de zitting stelt het centraal stembureau het aantal geldige en het aantal ongeldige ondersteuningsverklaringen vast. De voorzitter maakt de aantallen bekend aan de aanwezigen. 4.. Vervolgens besluit het centraal stembureau of het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt toegelaten. Het centraal stembureau besluit slechts dat het definitieve verzoek tot het houden van een referendum niet is toegelaten indien het aantal geldige ondersteuningsverklaringen minder bedraagt dan het vereiste aantal als bedoeld in artikel 6 lid 2. 5.. Voor de berekening van het vereiste aantal, bedoeld in artikel 6 lid 2, wordt uitgegaan van het aantal kiesgerechtigden op de dag van het raadsbesluit op het inleidend verzoek als bedoeld in artikel 5 lid 5. 6.. Het besluit tot toelating van een definitief verzoek houdt tevens de vaststelling in dat een referendum zal worden gehouden. 7.. De voorzitter van het centraal stembureau doet van het besluit tot de toelating van het definitieve verzoek mededeling aan de raad. 8.. Van de werkzaamheden van het centraal stembureau wordt proces verbaal opgemaakt en door de aanwezige leden van het stembureau ondertekend. 9.. De beslissing wordt aan de indiener van het definitieve verzoek bekendgemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel