Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. De voorlopige aanslag toeristenbelasting wordt niet voor 1 mei opgelegd. 2.. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, kan voor de toeristenbelasting geschieden op grond van de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening is gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen die voor de heffing van toeristenbelasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, dan wel is vastgesteld, lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige, aanslag gesteld op dit lagere bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel